home /Vraag en Antwoord/Waarom werd gekozen voor een sneltram tussen Hasselt en Maastricht en niet voor een trein? /Waarom werd gekozen voor een sneltram tussen Hasselt en Maastricht en niet voor een trein?

Waarom werd gekozen voor een sneltram tussen Hasselt en Maastricht en niet voor een trein?

De Lijn heeft in eerste instantie de mogelijkheid van een treinverbinding onderzocht. Maar de NMBS gaf te kennen  geen plannen te hebben om lijn 20 (de vroegere treinverbinding) terug te activeren, noch op korte, noch op langere termijn. De Lijn nam dan maar zelf initiatief en koos voor een sneltram.

Dit op basis van twee belangrijke argumenten:

  • Een sneltram is flexibeler
  • Een sneltramverbinding laat meer haltes toe
  • Sneltraminfrastructuur is goedkoper dan treininfrastructuur

 

Een sneltram is flexibeler

In buitengebieden, waar de tram in een eigen bedding rijdt, is de tram net zo snel als een trein. Maar op andere plaatsen kan diezelfde tram aan een aangepaste snelheid rijden en is zo perfect en veilig inpasbaar in een stadskern. Op die manier kan de tram komen, waar een trein dat niet kan. Bijvoorbeeld midden in de centra van Hasselt, Maastricht en Lanaken. Maar ook op de campus in Diepenbeek. Verder vlakbij de Ethias Arena en de Muziekgieterij, bij de bioscopen Pathè en Kinepolis en in de buurt van tal van andere culturele en commerciële hotspots.

 

Een sneltramverbinding laat meer haltes toe

Een sneltramtraject laat simpelweg meer stopplaatsen toe dan een treinverbinding. Een trein tussen Hasselt en Maastricht (bijvoorbeeld door een reactivatie van spoorlijn 20) is mogelijk iets sneller. Maar door het beperkt aantal stopplaatsen van een treinverbinding heeft deze maar voor een beperkt aantal mensen een meerwaarde. De sneltram bedient dezelfde treinstations, maar heeft daarnaast meer stopplaatsen en brengt dus meer mensen tot vlakbij hun eindbestemming.

 

Sneltraminfrastructuur is goedkoper dan treininfrastructuur.

Sceptici vergelijken wel eens de kosten van de sneltram met de kosten van een treinverbinding. En wanneer dan appelen met peren vergeleken worden, valt de vergelijking* uit in het nadeel van de tram. Feit is dat alle kosten die op het vlak van infrastructuurwerken, veiligheid enz voor de sneltram gemaakt worden, ook voor een eventuele trein gemaakt moeten worden. Een trein vraagt bovendien zwaardere funderingen, is moeilijker inpasbaar (dubbelspoor) en vraagt een zwaardere renovatie van bijvoorbeeld de bruggen. De kosten lopen daardoor zeker op. Een treinverbinding komt dus zeker duurder uit en is in dit geval ook minder efficiënt.

  • Bijvoorbeeld in de budgetvergelijking in het kader van een eventuele reactivatie van spoorlijn 20 nemen voorstanders van de trein enkel de kosten voor de reactivatie van de treinverbinding tussen Beverst en Maastricht op. En niet, zoals in het Spartacusplan voorzien is, de kosten voor een treinverbinding voor het hele traject van Hasselt tot Maastricht. Dat is dus wel degelijk appelen met peren vergelijken.

 

Veel meer dan een tram voor Limburg

Spartacus komt eraan